Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.de naamloze vennootschap [eiseres 1] , eiseres in alle zaken,
2.de [eiseres 2] eiseres in zaak AMS 21/120,
redelijkheidsprake is van specifieke bedrijfskenmerken die op essentiële punten verschillen van andere ondernemingen die tot de werkingssfeer van de [derde partij 1] -en de [bedrijf] -cao gerekend kunnen worden. Vervolgens of die verschillen zodanig zijn dat toepassing van die algemeen verbindend verklaarde cao’s in
redelijkheidniet van de verzoekende partij kan worden gevergd. De rechtbank begrijpt het Toetsingskader zo dat voor dispensatieverlening bij de verzoekende onderneming sprake moet zijn van wezenlijke verschillen in de bedrijfsvoering waardoor de algemeenverbindendverklaring van de cao tot gegronde bezwaren leidt.
essentiëlebedrijfsonderscheidende kenmerken, constateert de rechtbank echter een motiveringsgebrek.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 2;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 338 aan [eiseres 1] te vergoeden.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit 3;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 360 aan [eiseres 1] te vergoeden.
mr. F.L. Bolkestein, leden,in aanwezigheid van mr. N.L. Adam, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2022.