Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser] , te Amsterdam, eiser en verzoeker, hierna: eiser,
.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep (AMS 22/1904) ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening (AMS 22/1505) af.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een bezwaar en beroep van eiser tegen een kapvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor het vellen van dertien bomen op een locatie in Amsterdam. Eiser stelde dat hij als wandelaar en burger belanghebbende is vanwege zijn betrokkenheid bij het behoud van natuur.
De rechtbank overweegt dat alleen belanghebbenden bezwaar en beroep kunnen instellen en dat belanghebbendheid vereist dat het belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een besluit in beginsel belanghebbend is, maar dat gevolgen van geringe betekenis onvoldoende zijn. Factoren zoals afstand, zicht en milieugevolgen worden in samenhang beoordeeld.
In deze zaak concludeert de rechtbank dat eiser geen belanghebbende is omdat hij geen zicht heeft op de bomen, meer dan 400 meter afstand woont, en zijn belang algemeen is zonder onderbouwing van persoonlijke gevolgschade. Het feit dat hij langs de bomen wandelt is onvoldoende voor belanghebbendheid.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk, wijst het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen het beroep staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid, het beroep is ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.