Op 31 augustus 2021 stak de verdachte in Amsterdam opzettelijk brand in zijn appartement door een aansteker in aanraking te brengen met een matras, bank en deur, waardoor brand en forse rookontwikkeling ontstonden. Dit bracht gevaar voor de omliggende woningen en bewoners met zich mee, waaronder levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de brandstichting heeft gepleegd en concludeerde dat er geen rechtvaardigingsgrond was. Uit de rapportages van een psychiater en psycholoog bleek dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een ernstige psychische stoornis en middelengebruik, wat mede leidde tot de oplegging van TBS met voorwaarden.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 14 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en legde daarnaast een TBS-maatregel met voorwaarden op, gecombineerd met een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM). Deze maatregelen zijn dadelijk uitvoerbaar vanwege het hoge recidivegevaar en de ernst van het delict. De voorwaarden omvatten onder meer medewerking aan reclasseringstoezicht, opname in een forensische klinische setting, middelenverbod, en begeleiding bij resocialisatie.