ECLI:NL:RBAMS:2022:2321

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
28 april 2022
Zaaknummer
13/751975-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 maart 2022 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Roemeense autoriteiten. De opgeëiste persoon was bijgestaan door zijn advocaat en een tolk, maar verscheen niet zelf.

Tijdens de procedure stelde de officier van justitie dat zij niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het EAB was ingetrokken. De rechtbank constateerde dat door de intrekking van het EAB de grondslag voor de vordering was komen te vervallen. Tevens was de beslistermijn van 90 dagen ex artikel 22 Overleveringswet Pro reeds verstreken, waardoor verlenging niet meer mogelijk was.

De rechtbank volgde het standpunt van de officier van justitie en verklaarde haar niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en bevestigd tijdens de zitting.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking van het bevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751975-20 (EAB I)
RK nummer: 21/1577
Datum uitspraak: 31 maart 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 maart 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 16 juli 2020 door
the Darabani Court of Law, Botosani county(Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1981,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 februari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Namens de opgeëiste persoon heeft zijn gemachtigd raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam - die waarneemt voor zijn collega, mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam - het woord gevoerd.
Het onderzoek ter terechtzitting is voor bepaalde tijd geschorst, omdat er een nieuw EAB is uitgevaardigd door de Roemeense autoriteiten.
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 31 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A. Petrescu, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW Pro op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank overweegt dat met de intrekking van het EAB, de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van het overleveringsverzoek is komen te ontvallen. De rechtbank volgt de officier van justitie dan ook in haar conclusie dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en D. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.