ECLI:NL:RBAMS:2022:2318

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2022
Publicatiedatum
28 april 2022
Zaaknummer
13/751109-22
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet op de economische delictenArt. 2 Wet op de economische delictenArt. 6 Wet op de economische delictenArt. 38 GeneesmiddelenwetArt. 2 Overleveringswet
Verwijzingen
16 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens illegale handel in verdovende middelen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 maart 2022 een vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Finland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 21 januari 2022. De verdachte wordt verdacht van strafbare feiten in Finland, waaronder illegale handel in verdovende middelen.

De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en bevestigde zijn Nederlandse nationaliteit. De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht, zijn deels opgenomen in bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor toetsing van dubbele strafbaarheid achterwege blijft. Voor overige feiten is dubbele strafbaarheid beoordeeld en vastgesteld.

De rechtbank ontving een garantie van de Finse autoriteiten dat de verdachte, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze in Nederland mag ondergaan. De rechtbank oordeelde dat deze garantie voldoende is. Ondanks dat de feiten gedeeltelijk op Nederlands grondgebied zouden zijn gepleegd, vond de rechtbank geen reden om de facultatieve weigeringsgrond toe te passen, mede gelet op het feit dat het onderzoek en bewijsmateriaal in Finland zijn.

Gelet op het voldoen aan de wettelijke vereisten en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Finland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751109-22
RK nummer: 22/946
Datum uitspraak: 14 april 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 februari 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 januari 2022 door de
Senior Specialised Prosecutor of the Prosecution District of Southern Finland(Finland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
verblijvende op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
decision in a pre-trial detention mattervan
the Helsinki District Courtvan 19 januari 2022,
decision number 157 (Rf. PK 22/408)
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Fins recht strafbare feiten.
De feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

5.Strafbaarheid

5.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten één tot en met zes waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychtrope stoffen
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Finland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
5.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft feit zeven niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
Het IRC heeft in dat verband bij e-mail van 28 februari 2022 de volgende vraag gesteld aan de Finse autoriteiten:
Mister [opgeëiste persoon] is a Dutch national. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision EAW (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender Act, the surrender may only be authorized (..) after it can be guaranteed that, in case the wanted person is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Finland after the surrender, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). We kindly request this guarantee of return.
In antwoord daarop heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 28 februari 2022 de volgende garantie gegeven:
In reference to your request, I guarantee that Mr [opgeëiste persoon] is allowed to carry out his sentence in the Netherlands.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie, gelezen in samenhang met de vraagstelling van het IRC, voldoende.

7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro

Het EAB heeft betrekking op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd.
Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW kan de rechtbank de overlevering in die situatie weigeren.
De officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond en heeft daartoe het volgende aangevoerd:
  • het onderzoek is in Finland aangevangen;
  • de bewijsmiddelen bevinden zich in Finland;
  • de verdovende middelen waren voor de Finse markt bestemd;
  • de medeverdachten worden vervolgd in Finland.
De rechtbank stelt voorop dat:
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en toepassing van een facultatieve weigeringsgrond de uitzondering dient te zijn;
- de weigeringsgrond ertoe strekt te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten, vormt daarom het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen.

8.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

9.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet en 2, 5, 6, 7 en 13 van de Overleveringswet.

10.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Senior Specialised Prosecutor of the Prosecution District of Southern Finland(Finland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en D. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 april 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.