ECLI:NL:RBAMS:2022:229

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2022
Publicatiedatum
25 januari 2022
Zaaknummer
AMS 21/2206
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbWet arbeid en zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen arbeidsgeschiktheidsbesluit UWV ongegrond verklaard

Eiseres werkte als productiemedewerker en meldde zich begin 2020 ziek. Zij ontving eerst een Ziektewetuitkering en later een WAZO-uitkering, die liep tot 11 november 2020. Op 9 december 2020 meldde zij zich ziek per 11 november 2020. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek dat zij per 11 november 2020 arbeidsgeschikt was en kende daarom geen Ziektewetuitkering toe.

Eiseres betoogde dat zij ten onrechte slechts 91% van haar dagloon ontving in plaats van 100% gedurende haar Ziektewet- en WAZO-uitkering in 2020. De rechtbank stelde vast dat de hoogte van de uitbetaalde bedragen niet binnen de reikwijdte van deze procedure valt, die uitsluitend ziet op de vraag of eiseres per 11 november 2020 arbeidsgeschikt was.

Omdat eiseres geen andere gronden aanvoerde en de hoogte van de uitkeringen buiten het geding valt, werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffiekosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit dat zij per 11 november 2020 arbeidsgeschikt is, wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/2206

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] (Duitsland), eiseres,

en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Partijen worden hierna [eiseres] en het Uwv genoemd.

Procesverloop

Met een besluit van 20 januari 2021 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat [eiseres] per 11 november 2020 arbeidsgeschikt is.
Met een besluit van 12 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.
[eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. De rechtbank heeft hierop bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek bij brief van 9 december 2021 op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht gesloten.

Overwegingen

1. [eiseres] werkte als productiemedewerker toen zij zich begin 2020 ziekmeldde. Eerst ontving zij een Ziektewetuitkering, later dat jaar is aan [eiseres] een WAZO [1] -uitkering toegekend. Deze WAZO-uitkering liep tot 11 november 2020.
2. Op 9 december 2020 heeft [eiseres] zich ziekgemeld per 11 november 2020. Een verzekeringsarts van het Uwv heeft medisch onderzoek verricht, en heeft geconcludeerd dat [eiseres] per 11 november 2020 arbeidsgeschikt is. Het Uwv heeft daarom geen Ziektewetuitkering aan [eiseres] toegekend.
3. [eiseres] voert aan dat zij ten onrechte in plaats van 100% slechts 91% van haar dagloon heeft ontvangen gedurende dat zij een Ziektewetuitkering en later een WAZO-uitkering ontving in 2020.
4. De rechtbank stelt vast dat de hoogte van de uitbetaalde bedragen niet aan de orde is in deze procedure. Het gaat in deze procedure namelijk alleen over dat [eiseres] volgens het Uwv per 11 november 2020 arbeidsgeschikt is. De rechtbank kan niet oordelen over onderwerpen die buiten de omvang van het geding vallen. [eiseres] heeft verder geen andere gronden aangevoerd. Als zij vermoedt dat het Uwv in 2020 te weinig Ziektewetuitkering en WAZO-uitkering heeft uitbetaald, dan kan zij zich daarover richten tot het Uwv.
5. Het beroep slaagt niet. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt.
6. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffiegeld bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. Camps, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2022.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.WAZO: Wet arbeid en zorg.