ECLI:NL:RBAMS:2022:2209
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling diefstal met braak in vereniging in appartementencomplex
Op 9 maart 2020 werd verdachte samen met een ander betrapt op diefstal met braak van een cilinderslot uit een meterkast in een appartementencomplex te Amsterdam. Verdachte probeerde samen met zijn mededader de centrale toegangsdeur te openen door te flipperen en open te trappen, waarna zij meerdere keren heen en weer liepen tussen de auto en het complex. Camerabeelden toonden verdachte met een boormachine de flat in lopen en later weer terug naar de auto. Kort daarna werd het gestolen cilinderslot in de auto gevonden.
Verdachte verklaarde ter zitting dat hij als slotenmaker een opdracht had om een buitengeslotene te helpen, maar deze verklaring werd door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege het ontbreken van onderbouwing en tegenstrijdigheden met eerdere verklaringen. De rechtbank achtte medeplegen bewezen en veroordeelde verdachte voor diefstal met braak in vereniging.
De rechtbank legde een taakstraf van 50 uren op, lager dan de door het Openbaar Ministerie geëiste 80 uren, vanwege een geringe overschrijding van de redelijke termijn, het positieve reclasseringsrapport en toepassing van artikel 63 Sr Pro wegens eerdere veroordeling. Daarnaast werden de in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard.
De benadeelde partij werd toegewezen een materiële schadevergoeding van €48,96 met wettelijke rente, maar de immateriële schadevergoeding van €300 werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoeding en de kosten van tenuitvoerlegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 50 uur taakstraf met vervangende hechtenis van 25 dagen voor diefstal met braak in vereniging.