Op 22 mei 2021 heeft verdachte het slachtoffer meerdere keren met kracht tegen het hoofd geschopt en geslagen, wat de rechtbank kwalificeert als poging tot zware mishandeling. Hoewel het primaire ten laste gelegde poging doodslag en het subsidiaire tenlastegelegde zwaar lichamelijk letsel niet bewezen konden worden, is het meer subsidiaire feit bewezen verklaard.
De rechtbank heeft kennisgenomen van een psychiatrisch rapport waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het feit leed aan een psychotische stoornis in het kader van schizofrenie, gecombineerd met middelengebruik dat zijn impulsregulatie verstoorde. Hierdoor kon verdachte het ten laste gelegde feit niet worden toegerekend en is hij ontslagen van alle rechtsvervolging.
Daarnaast is een zorgmachtiging afgegeven voor de duur van zes maanden. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar haar verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een Nederlandse vertaling. De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op aan verdachte ten bedrage van €1.590,61, bestaande uit materiële en immateriële schade.
Het vonnis werd uitgesproken op 25 januari 2022 door de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer.