Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, voormalig productiemedewerker, had sinds 2014 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door schouderklachten en stemmingsproblematiek. Na beëindiging van deze uitkering in 2015 meldde hij zich in 2018 en later opnieuw ziek met toegenomen klachten. Verweerder (UWV) weigerde op grond van medische rapporten de herleving van de WIA-uitkering per 24 december 2019, omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.
Eiser voerde aan volledig arbeidsongeschikt te zijn en beperkte zich in zijn belastbaarheid tot maximaal 8 uur per week, onderbouwd met een arbeids-medisch belastbaarheidsonderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde echter dat er geen medische objectieve aanwijzingen waren voor een verslechtering die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportages zorgvuldig en consistent waren, de conclusies logisch en navolgbaar, en dat het beroep daarom ongegrond is. De subjectieve klachtenbeleving van eiser kon niet leiden tot een ander oordeel zonder objectieve medische onderbouwing. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling zich richt op de situatie per datum in geding, 24 december 2019, en dat latere klachten niet relevant zijn voor deze beoordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van herleving van de WIA-uitkering per 24 december 2019 wordt bevestigd.