De rechtbank Amsterdam behandelde een procedure over proceskosten tussen ex-partners in een familierechtelijke zaak. De man had een verzoek ingediend tot wijziging van de bijdrage in de kosten voor verzorging en opvoeding van hun minderjarige zoon, maar trok dit verzoek in wegens het ontbreken van onderliggende stukken.
De vrouw voerde verweer en stelde dat zij kosten van € 1.430,- had gemaakt, inclusief griffierechten. De rechtbank constateerde dat de man door zijn handelswijze de vrouw onnodig op kosten had gejaagd, mede omdat hij erkende dat hij zijn verzoek niet kon onderbouwen.
Gezien het feit dat partijen al jarenlang meerdere procedures voeren over hun minderjarige kind en dat de man vaak de initiatiefnemer was, oordeelde de rechtbank dat het belang van het kind geschaad wordt door voortdurende procedures. Daarom veroordeelde de rechtbank de man in de proceskosten van de vrouw en suggereerde alternatieve geschiloplossing zoals mediation.
De beschikking werd gegeven door rechter C.C.M. Oude Hengel en uitgesproken op 13 april 2022. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Amsterdam.