Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
[naam 3] en [naam 4] , met mr. De Jong,
Alle drie de partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
De broers [eisers] vorderden in kort geding dat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de steiger van Over-Amstel op het Voorland zou verwijderen en een nieuwe schoeiing zou aanbrengen, gebaseerd op een gebruiksrecht uit een akte van 1978. Het Waterschap en Over-Amstel voerden verweer en betwistten de omvang van het gebruiksrecht.
De rechtbank oordeelde dat het gebruiksrecht van de broers nog steeds bestaat, maar dat het zich beperkt tot een kleiner stuk land dan zij claimen. De steiger ligt slechts deels op dat gebruiksgebied. De belangenafweging wees uit dat het verwijderen van het kleine deel van de steiger kostbaar is en weinig effect heeft op de overlast die de broers vrezen, terwijl het Waterschap en Over-Amstel belang hebben bij het gebruik van de steiger.
De rechtbank wees daarom de vordering tot verwijdering van de steiger af. Ook de vordering tot het aanbrengen van een nieuwe schoeiing werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een verplichting daartoe. De vordering tot terugplaatsing van borden en beslagplaatjes werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De broers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van verdere gesprekken tussen partijen om afspraken over het gebruik van het Voorland te maken.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de steiger en herstel van de schoeiing wordt afgewezen en de broers worden veroordeeld in de proceskosten.