ECLI:NL:RBAMS:2022:187
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen openbaarmaking inspectierapport IGJ handelsvergunninghouders geneesmiddelen
De zaak betreft een verzoek van handelsvergunninghouders van geneesmiddelen om een voorlopige voorziening te treffen tegen de openbaarmaking van een inspectierapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Het rapport bevat vaststellingen over leveringsproblemen en mogelijke overtredingen van de Geneesmiddelenwet.
Verzoekers stelden dat het rapport niet openbaar mag worden gemaakt omdat het mogelijk tot een boete kan leiden en onjuiste feiten bevat. De voorzieningenrechter oordeelde dat het rapport niet onder de uitzondering valt voor boeterapporten, aangezien er geen boete is opgelegd en een boeterapport apart wordt opgesteld. Ook is het rapport breder van opzet dan een boeterapport.
De inhoudelijke toetsing is beperkt tot de vraag of de feitelijke vaststellingen voldoende feitelijk zijn onderbouwd. Verzoekers betwistten de interpretatie van de meldplicht in de Geneesmiddelenwet, maar de voorzieningenrechter vond dat de wet correct is geïmplementeerd volgens Richtlijn 2001/83/EG en dat uitzonderlijke omstandigheden niet leiden tot een vrijstelling van meldplicht.
Er zijn geen feitelijke onjuistheden of evident onjuiste waarderingen in het rapport vastgesteld. Het bezwaar heeft daarom geen redelijke kans van slagen. Verzoekers krijgen nog twee weken de gelegenheid om een reactie op het rapport in te dienen die samen met het rapport wordt gepubliceerd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening tegen openbaarmaking inspectierapport IGJ wordt afgewezen.