ECLI:NL:RBAMS:2022:1820
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- P.C.L.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding na verontschuldigbare termijnoverschrijding bij sepot
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro om vergoeding van kosten toe te kennen na onvoorwaardelijk sepot van de strafzaak wegens onvoldoende bewijs. Het verzoek werd ingediend na de wettelijke termijn van drie maanden na het sepot, waarop het Openbaar Ministerie primair niet-ontvankelijkheid bepleitte.
De raadsvrouw van verzoeker stelde dat de sepotbeslissing nooit was ontvangen, wat werd onderbouwd met communicatie met het OM waaruit bleek dat verzoeker en zijn raadsvrouw niet op de hoogte waren van het sepot. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was en het verzoek tijdig was ingediend.
Gelet op de omstandigheden en de overgelegde specificaties kende de rechtbank vergoeding toe voor de kosten van de raadsvrouw en een standaardvergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De beschikking werd uitgesproken door rechter P.C.L.M. Ficq op 17 maart 2022.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van € 2.222,75 toegekend wegens verontschuldigbare termijnoverschrijding bij verzoek ex artikel 530 Sv.