Op 14 oktober 2020 vond op een voetgangersoversteekplaats in Amsterdam een verkeersongeval plaats waarbij verdachte, rijdend op een motorfiets met circa 65 km/u, een voetganger aanreed die over wilde steken. Verdachte verleende geen voorrang en kon de aanrijding niet meer voorkomen.
Het slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder breuken aan scheen- en kuitbeen, en verbleef lange tijd in het ziekenhuis en revalidatiecentrum. Zowel officier van justitie als verdediging erkenden schuld en bewezenverklaring.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen door te hard te rijden, onvoldoende op te letten en geen voorrang te verlenen. Er was geen sprake van een rechtvaardigingsgrond of strafuitsluitingsgrond.
De rechtbank legde een taakstraf van 60 uur op en een geheel voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, rekening houdend met het blanco strafblad van verdachte, zijn oprechte spijt en het goede contact met het slachtoffer.
De straf is gebaseerd op de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafrecht, waarbij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting zijn gevolgd.