ECLI:NL:RBAMS:2022:1758

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
13/751055-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Litouwen ondanks onschuldverweer

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 maart 2022 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 27 december 2019. De zaak kende meerdere zittingen waarin terugkeergarantie en garanties omtrent detentie werden besproken. De opgeëiste persoon betwistte zijn schuld en voerde aan dat de zaak gebaseerd was op valse getuigenverklaringen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, waaronder dubbele strafbaarheid van het feit, dat in Nederland valt onder diefstal door meerdere personen met gebruik van valse sleutels. Het onschuldverweer werd verworpen omdat de opgeëiste persoon zijn onschuld niet aannemelijk had gemaakt tijdens het verhoor.

Vanwege het feit dat de beslistermijn van 90 dagen was verstreken, kon de rechtbank geen verdere gevangenhouding meer bevelen. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit, waardoor overlevering alleen mogelijk is indien Litouwen garandeert dat een eventuele straf in Nederland kan worden uitgezeten. Deze garantie werd door de Litouwse autoriteiten gegeven en door de rechtbank als voldoende beoordeeld.

Gelet op het ontbreken van weigeringsgronden en de geldige garanties, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Litouwen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751055-20
RK nummer: 20/1070
Datum uitspraak: 24 maart 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 december 2019 door
the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania(Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
wonende te: [BRP-adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 3 november 2020
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 november 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Haarlem. De behandeling van de vordering is aangehouden om een genoegzame terugkeergarantie te laten opvragen. De rechtbank heeft daarnaast de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing.
Zitting 19 januari 2021
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 januari 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Haarlem. De behandeling van de vordering is nogmaals aangehouden om een genoegzame, onvoorwaardelijke terugkeergarantie te laten opvragen. Daarnaast heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht uitvoering te geven aan het in artikel 21a OLW bepaalde, inclusief het verzoek dat deze advocaat Engels spreekt.
Zitting 10 maart 2022
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 maart 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Haarlem.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLW Pro op het overleveringsverzoek moet beslissen, al is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 16 december 2019 door
the Vilnius city District Court(Litouwen), referentienummer: 01-1-40448-19.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Litouws recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

5.Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit. Hij stelt dat de zaak volledig gemanipuleerd is, omdat zijn ex-vriendin als getuige heeft gelogen. Dit zou hij kunnen aantonen met de voicememo’s die hij naar deze rechtbank en de Litouwse rechtbank heeft gestuurd. De opgeëiste persoon stelt dat de hele zaak leunt op wat zijn ex-vriendin heeft gezegd en dat zij hem valselijk heeft beschuldigd.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de opgeëiste persoon niet heeft aangetoond dat hij onschuldig is.
De rechtbank overweegt als volgt.
De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan het feit, maar hij heeft dit tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond.
De onschuldbewering kan alleen al om die reden niet leiden tot weigering van de overlevering.

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.
De
Chief Prosecutorvan de
Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuaniaheeft op 18 maart 2021 de volgende garantie gegeven:
The Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuania pays sincere respect to you and, in response to your request to give the guarantee that [opgeëiste persoon] would be able to serve the custodial sentence imposed upon him in the Republic of Lithuania, hereby assures that the aforementioned condition shall be satisfied and [opgeëiste persoon] shall be able to serve the custodial sentence - imposed upon him in the Republic of Lithuania (if any sentence of such kind is imposed upon him) - in the Kingdom of the Netherlands.
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

7.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

8.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Prosecutor’s General’s Office of the Republic of Lithuania(Litouwen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. C. Huizing-Bruil en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van V.D. Reinders, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 24 maart 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.