Eiseres heeft een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting van 94% vanwege onvoldoende verzekeringsjaren. Na eerdere afwijzingen verzocht zij opnieuw om terug te komen op het besluit uit 2018, stellende dat het pensioen onvoldoende is voor haar levensonderhoud en verwijzend naar het lange arbeidsverleden van haar overleden echtgenoot.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees dit verzoek af omdat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit zouden kunnen wijzigen. De rechtbank toetste of het besluit van de SVB terecht was en concludeerde dat eiseres onvoldoende onderbouwing had gegeven, en dat het eerdere besluit niet onmiskenbaar onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat het niet evident onredelijk was om niet terug te komen op het eerdere besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter A.W.C.M. van Emmerik op 16 februari 2022.