ECLI:NL:RBAMS:2022:1449
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift inzake teruggave in beslag genomen hond wegens verwaarlozing
Klaagster verzocht de teruggave van haar hond, een Maltezer, die in beslag was genomen wegens vermoedelijke overtreding van de Wet Dieren door beslagene. Klaagster stelde eigenaar te zijn en ontvankelijk in haar klaagschrift. Het Openbaar Ministerie betwistte dit en stelde dat beslagene afstand had gedaan van de hond, waardoor het beslag zou zijn geëindigd.
De rechtbank oordeelde dat een schriftelijke afstandsverklaring ontbrak en dat klaagster als belanghebbende ontvankelijk was. Uit het dossier bleek dat de hond in verwaarloosde staat werd aangetroffen, met te lange nagels en een onverzorgde vacht, wat door een dierenarts werd bevestigd.
Gezien de ernst van de verwaarlozing en het strafvorderlijk belang achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de hond verbeurd zal worden verklaard. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd. De rechtbank ging niet in op de vraag wie de rechtmatige eigenaar is.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de hond gehandhaafd.