Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Geldigheid van de oproeping
3.Beslissing
,rechters,
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 maart 2022 een zaak tegen verdachte die niet op de zitting verscheen. De oproeping voor deze zitting was niet op de wettelijk voorgeschreven wijze betekend, aangezien deze werd gericht aan een oud-adres waar verdachte niet meer verbleef. Volgens het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis was het laatst bekende adres van verdachte anders dan het adres waar de oproeping werd bezorgd.
De rechtbank oordeelde dat de oproeping nietig was op grond van artikel 36n lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, omdat verdachte niet op juiste wijze was opgeroepen en niet was gebleken dat hij op andere wijze van de zittingsdatum op de hoogte was. Zowel de verdediging als de officier van justitie stelden dat een inhoudelijke behandeling van de zaak op korte termijn wenselijk was.
Daarom is in overleg een nieuwe zittingsdatum vastgesteld op 7 april 2022, waarbij tevens een tolk Engels wordt opgeroepen en een zittingstijd van zestig minuten wordt gereserveerd. Het vonnis is gewezen door drie rechters en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de betekening van de oproeping nietig wegens onjuiste adressering en stelt een nieuwe zittingsdatum vast.