De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 februari 2022 het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg in München op 5 februari 2020. De opgeëiste persoon werd verdacht van oplichting door het verkrijgen en niet teruggeven van motorvoertuigen via huurcontracten.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende gegevens bevatte om een gedegen onschuldverweer mogelijk te maken, maar de rechtbank oordeelde dat het EAB genoegzaam is en dat toetsing van de bewijsgrondslag aan de Duitse rechter is voorbehouden. Tevens werd vastgesteld dat het specialiteitsbeginsel is gewaarborgd.
Omdat de strafbare feiten op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staan en de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit bezit, werd een terugkeergarantie verstrekt dat een eventuele onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland kan worden uitgezeten. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is definitief, er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.