ECLI:NL:RBAMS:2022:1302
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vasthouding van scenariorechten belemmert filmproductie
De zaak betreft een geschil tussen een filmregisseur en een producent over de rechten op een filmscenario. De regisseur heeft het scenario geschreven en de rechten aan de producent overgedragen met de bedoeling dat de film zou worden gemaakt terwijl hij de regie zou voeren. Door vertragingen en onduidelijkheden, mede veroorzaakt door COVID-19 en andere omstandigheden, is de productie niet van de grond gekomen.
De producent houdt vast aan de rechten op het scenario, ondanks dat de regisseur en een andere partij bereid zijn de film te financieren en te produceren met de beoogde hoofdrolspeler. De regisseur stelt dat dit onrechtmatig is omdat het de kans op realisatie van de film aanzienlijk verkleint.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat de producent onrechtmatig handelt door vast te houden aan de rechten. De primaire vordering tot het staken van inbreuk wordt afgewezen omdat geen sprake is van inbreuk, maar de subsidiaire vordering tot terugoverdracht van de rechten wordt toegewezen. De producent wordt veroordeeld binnen twee dagen na schriftelijk verzoek de rechten over te dragen, onder dreiging dat het vonnis in de plaats treedt van haar medewerking.
Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De rechtbank benadrukt dat de producent redelijke kosten kan verhalen, maar dat dit in een bodemprocedure moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Producent wordt veroordeeld om binnen twee dagen na verzoek de rechten op het scenario aan regisseur terug te geven.