1.4
Op 20 oktober 2021 is [verzoeker] door GVB met behoud van salaris geschorst en uitgenodigd voor een (toelichtend) gesprek. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2021. Tijdens het gesprek waren aanwezig: [verzoeker] met dhr. [naam 2] (vakbondsconsulent), en namens GVB dhr. [naam 4] (teammanager) en mevr. [naam 5] (HR Business Partner). In het gespreksverslag is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“(...)
Confrontatie medeweggebruiker
Bij de tourniquet stond een man die aan [verzoeker] vroeg of de bus die hij naar binnen reed van hem was. [verzoeker] gaf daarop aan dat hij inderdaad deze bus naar binnen heeft gereden. De medeweggebruiker zou daarop aangegeven hebben dat hij [verzoeker] moest hebben en dat hij hem zou pakken. De medeweggebruiker zou zijn afgesneden op de Slotermeerlaan en kwam verhaal halen. [verzoeker] gaf aan dat hij de bestuurder niet kon zijn, omdat hij die avond niet op de Slotermeerlaan heeft gereden, hij reed immers op lijn 15 (…)
Vervolgens op het parkeerterrein
[verzoeker] geeft aan de medeweggebruiker hier geen genoegen mee nam en hem volgde tot op het parkeerterrein van GVB. Daar begon hij weer te keer te gaan tegen [verzoeker] , waarbij er speeksel op het gezicht van [verzoeker] kwam. Volgens [verzoeker] was hij dronken. Hij stond zo dicht tegen [verzoeker] aan, waardoor [verzoeker] zich bedreigt voelde. [verzoeker] heeft hem vervolgens een duw gegeven. De man kwam ten val doordat hij over zijn eigen benen struikelde. Hij stond volgens [verzoeker] niet stevig op zijn benen, omdat hij dronken was.
Toen [verzoeker] naar zijn auto wilde lopen, kwam de man weer achter hem aan en gaf weer aan dat hij [verzoeker] zou pakken. Ook nu kwam er weer speeksel in [verzoeker] zijn gezicht terecht. [verzoeker] heeft hier meerdere malen aangegeven dat hij de bestuurder niet was. Vervolgens zou de medeweggebruiker [verzoeker] bij zijn shirt gepakt hebben, waarbij er ook een knoop is afgetrokken. (..) Hierop heeft [verzoeker] de man weer een duw gegeven. De man kwam toen weer ten val, viel naar voren en kwam met zijn gezicht op de grond. De man stond op. [verzoeker] zag dat hij bebloed was op zijn gezicht en schrok daarvan. [verzoeker] is vervolgens naar zijn auto gelopen (...).
Gevraagd wordt of het klopt dat de medeweggebruiker twee keer is gevallen. [verzoeker] bevestigt dit. De medeweggebruiker heeft aangegeven dat hij door [verzoeker] is geslagen. Op de vraag of [verzoeker] de man heeft geslagen of geschopt, geeft hij aan dat hier in geen geval sprake van was. [naam 6] vraagt of hij bij zijn verklaring blijft wanneer de beelden bekeken zouden worden. [verzoeker] bevestigt nogmaals dat zijn verklaring in overeenstemming is met de waarheid.
Melding bij GVB
[naam 6] vraagt waarom [verzoeker] er niet voor heeft gekozen melding te doen bij GVB, bijvoorbeeld bij de teammanager van dienst of CCV. [verzoeker] geeft aan dat hij niet zo goed wist waar hij op dit tijdstip melding moest doen en besloot om het de volgende dag te zullen delen met [naam 6] .
Aanhouding politie
Even voor 2 uur (in de nacht) heeft de politie zich op het huisadres van [verzoeker] gemeld. Zijn zoon deed open en op de vraag of zijn vader thuis was, gaf hij aan dat die niet thuis was. De zoon van [verzoeker] heeft vervolgens [verzoeker] gebeld en [verzoeker] heeft zich om 2 uur gemeld bij het politiebureau Houtmankade. Vandaaruit is hij overgebracht naar het politiebureau Meer en Vaart. Daar mocht hij een aantal telefoontjes plegen. Hij heeft ervoor gekozen om zijn vrouw te bellen. Hij heeft er niet aan gedacht om GVB te bellen. Hij had daar ook geen nummer van, omdat hij zijn telefoon moest afgeven. De nacht heeft [verzoeker] in de cel doorgebracht.
(...)
De politie heeft aangegeven dat [verzoeker] op 22 november 2021 voor de politierechter moet verschijnen. [verzoeker] heeft direct na zijn vrijlating [naam 6] een Whatsapp bericht gestuurd. (...)”