ECLI:NL:RBAMS:2022:1226

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
15 maart 2022
Zaaknummer
9661876/KK EXPL 22-55
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:204 BWArt. 6:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering beheerder tot ontruiming en betaling huurachterstand wegens ontbreken contractspartij

De zaak betreft een vordering van een beheerder namens de verhuurder DDK Vastgoed B.V. tegen de huurder tot ontruiming van de woning en betaling van een huurachterstand.

De huurovereenkomst is gesloten tussen DDK en de huurder, waarbij de beheerder optreedt als lasthebber. De huurder heeft een huurachterstand van €3.158,76 opgebouwd.

De beheerder vordert ontruiming en betaling van de achterstallige huur, rente, buitengerechtelijke kosten en voorschotten. De kantonrechter oordeelt dat alleen de contractspartij, hier DDK, een vordering tot ontruiming of ontbinding kan instellen. Omdat de beheerder niet als contractspartij optreedt en geen overdracht van de vordering heeft aangetoond, wordt de vordering afgewezen.

De beheerder wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil worden begroot. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter C.W. Inden en op 24 februari 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering van de beheerder tot ontruiming en betaling van huurachterstand wordt afgewezen wegens ontbreken van contractspartij en overdracht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9661876 \ KK EXPL 22-55
vonnis van: 24 februari 2022
func.: 569

vonnis van de kantonrechterkort geding

I n z a k e

de besloten vennootschap [eiseres] BV

gevestigd te [vestigingsplaats]
eiseres
nader te noemen: [eiseres]
gemachtigde: mr. F.F. Boers
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde
nader te noemen: [gedaagde]
niet verschenen.
Bij dagvaarding van 4 februari 2022, met producties, heeft [eiseres] een voorziening gevorderd. Namens [eiseres] is de gemachtigde verschenen. [gedaagde] is niet verschenen ondanks deugdelijke oproeping. De gemachtigde van [eiseres] heeft het origineel van de dagvaarding ter zitting in het geding gebracht en de vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.
1.1.
De besloten vennootschap DDK Vastgoed B.V. – hierna DDK – verhuurt aan [gedaagde] met ingang van 25 september 2019 de woning gelegen aan het adres [adres] . In de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurpenningen aan DDK dienen te worden betaald.
1.2.
In de huurovereenkomst is opgenomen dat [eiseres] optreedt als beheerder voor DDK.
1.3.
De huur bedraagt € 952,13 per maand.
1.4.
[gedaagde] heeft tot en met februari 2022 een huurachterstand van € 3.158,76 laten ontstaan.

Vordering

2. [eiseres] vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot ontruiming van het gehuurde. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de onder 1.4 genoemde huurachterstand, wettelijke rente, € 616,64 aan buitengerechtelijke kosten, € 952,13 per maand tot de ontruiming, een voorschot op de kosten van de ontruiming en ten slotte de proceskosten.

Beoordeling

3. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het volgende is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
4. In de huurovereenkomst is DDK als contractspartij van [gedaagde] opgenomen. Daarvan wordt uitgegaan en dit is ook niet betwist door [eiseres] . Dit betekent dat er nakoming wordt gevorderd door een partij die niet de contractspartij is maar enkel stelt als lasthebber/beheerder op te treden voor DDK. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 maart 1958, NJ 1958, 278, bepaald dat ontbinding van een wederkerige overeenkomst wegens wanprestatie enkel kan worden gevorderd door de contractspartij. Er is geen aanleiding om hiervan af te wijken in het geval van de vordering tot ontruiming (wegens wanprestatie). Dat betekent dat de gevorderde ontruiming en nevenvorderingen worden afgewezen.
5. Datzelfde lot treft de vordering ter zake van de huurachterstand (en nevenvorderingen). In de huurovereenkomst is opgenomen dat de huur dient te worden betaald aan DDK. Ter zitting stelt de gemachtigde van [eiseres] dat volgens hem de huur wordt geïnd door [eiseres] . Gelet op de bepalingen in de huurovereenkomst wordt daarvan niet uitgegaan, althans dat dat op goede gronden gebeurt, mede omdat in de dagvaarding niets is opgenomen ter zake van het overdragen/cederen van de vordering tot betaling van huur door DDK aan [eiseres] .
6. Gelet op het voorgaande wordt de vordering afgewezen met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde] , begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.