ECLI:NL:RBAMS:2022:1105
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Gemeente Amsterdam mag man drie maanden uit woning zetten en gebiedsverbod opleggen wegens zedenmisdrijven
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 175 van Pro de Gemeentewet een noodbevel gegeven aan verzoeker, waarmee hij gedurende drie maanden een gebiedsverbod opgelegd kreeg en uit zijn woning werd gezet. Dit besluit is genomen vanwege verdenkingen van meerdere zedenmisdrijven gepleegd in en rondom zijn wooncomplex, wat tot grote maatschappelijke onrust en vrees voor verstoring van de openbare orde leidde.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing. De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker af tegen het belang van de openbare orde en oordeelt dat het noodbevel een vergaande maar proportionele maatregel is. Het gebiedsverbod is duidelijk afgebakend, de duur is beperkt tot strikt noodzakelijk, en verzoeker is een alternatieve woning aangeboden.
De voorzieningenrechter stelt dat het criterium van ernstige vrees voor wanordelijkheden inhoudt dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft en dat het niet vereist is dat verzoeker strafrechtelijk is veroordeeld. De beschikbare bestuurlijke rapportages en het gedrag van verzoeker rechtvaardigen het noodbevel. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van het gebiedsverbod en de huisuitzetting wordt afgewezen omdat het noodbevel proportioneel en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde.