ECLI:NL:RBAMS:2022:107

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 1435
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Wet WOZArt. 7:4 lid 4 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling WOZ-waarde woning en verstrekking erfpachtcorrecties

De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stelde de WOZ-waarde van een galerijflat met berging en parkeerplaats voor het jaar 2020 vast op €334.000. Eiser, eigenaar van de woning, betwistte deze waarde en stelde dat deze op €297.000 had moeten worden vastgesteld, mede op grond van zijn aankoopprijs van €260.000 in 2017.

De rechtbank overwoog dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Dit werd onderbouwd met een taxatierapport en verkoopgegevens van vergelijkbare woningen. De transactieprijs van eiser werd geïndexeerd naar de waardepeildatum, wat resulteerde in een hogere waarde dan de vastgestelde WOZ-waarde.

Eiser stelde dat de heffingsambtenaar ten onrechte geen erfpachtcorrecties had verstrekt tijdens de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat deze gegevens op verzoek verstrekt moeten worden, maar eiser had hier niet specifiek om verzocht, zodat geen schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ was vastgesteld.

De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/1435

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser

( [gemachtigde eiser] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,

( [heffingsambtenaar] ).

Procesverloop

De heffingsambtenaar heeft in de beschikking van 31 augustus 2020 de WOZ-waarde van de onroerende zaak [de woning] te Amsterdam (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 334.000.
Op 1 februari 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.
[eiser] heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 december 2021. [eiser] heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [naam] (taxateur).

Overwegingen

1. [eiser] is eigenaar van de woning. Het gaat om een galerijflat met berging en parkeerplaats. De oppervlakte van de woning is ongeveer 92 m². [eiser] heeft de woning op 13 september 2017 voor € 260.000 gekocht van een woningcorporatie.
2. [eiser] vindt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde te hoog heeft vastgesteld. Hij vindt dat de waarde van de woning vastgesteld moet worden op € 297.000.
3. De heffingsambtenaar moet aannemelijk maken dat hij de waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld. Hij heeft ter onderbouwing een taxatierapport ingediend. Het taxatierapport bevat gegevens en het recente verkoopcijfer van de woning zelf en verkooptransacties van twee vergelijkbare woningen, namelijk [adres] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] . Volgens de heffingsambtenaar valt uit de verkoopprijzen van de woning zelf en van de vergelijkingsobjecten af te leiden dat de WOZ-waarde van de woning van [eiser] niet te hoog is vastgesteld.

Het oordeel van de rechtbank

Inzage in de gedingstukken
4. [eiser] voert aan dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase ten onrechte niet op zijn verzoek de erfpachtcorrecties heeft verstrekt. De heffingsambtenaar had deze stukken volgens [eiser] op grond van artikel 7:4, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ, aan hem moeten verstrekken.
5. De rechtbank is van oordeel dat de erfpachtcorrecties tot de gegevens behoren die op grond van artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ op verzoek moeten worden verstrekt. [eiser] heeft in zijn bezwaar niet specifiek om verstrekking van de erfpachtcorrecties verzocht. [eiser] heeft dit ook niet betwist. Dit betekent dat van een schending van artikel 40, tweede lid, van Wet WOZ in dit geval niet is gebleken.
De WOZ-waarde
6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de transactieprijs van de woning een goede basis is om de waarde vast te stellen. Er zijn geen feiten en omstandigheden bekend waaruit blijkt dat de door [eiser] betaalde koopprijs niet de waarde in het economisch verkeer vertegenwoordigt.
7. De heffingsambtenaar heeft de transactieprijs van de woning geïndexeerd naar waardepeildatum 1 januari 2019. Op basis van deze correctie kwam de heffingsambtenaar uit op een waarde van € 346.500. Aangezien de heffingsambtenaar de WOZ-waarde uiteindelijk heeft vastgesteld op € 334.000, is de WOZ-waarde van de woning naar het oordeel van de rechtbank niet te hoog vastgesteld.
8. De gronden die [eiser] op zitting heeft aangevoerd over de door de heffingsambtenaar gehanteerde vergelijkingsobjecten, leiden niet tot een andere conclusie. De voor deze vergelijkingsobjecten gerealiseerde transactieprijzen ondersteunen – ook met wat [eiser] daarover naar voren heeft gebracht – de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde.
9. De conclusie is dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat hij de WOZ-waarde van de woning niet te hoog heeft vastgesteld. Het beroep is dus ongegrond.
10. Bij deze uitkomst bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van
mr.R. Boerlage, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.