Uitspraak
the Regional Court in Szczecin(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
aggregate judgement of the Szczecin-Centre District Court in Szczecinvan 12 september 2012 met referentienummer IV K 551/12, IV Ka 1587/12. Uit aanvullende informatie van 10 februari 2022 blijkt dat op 25 januari 2013 een zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden bij
the Regional Court in Szczecin(Polen) met referentienummer: IV Ka 1587/21.
- een vonnis met kenmerk: XIV K 367/07 van
- een vonnis met kenmerk V K 496/07 van t
the main trialis vertegenwoordigd door een advocaat. Het is echter onduidelijk of
the main trailde zitting in eerste aanleg of het hoger beroep is, waardoor het onduidelijk is wanneer en bij welke zitting een gemachtigd raadsman aanwezig was. De opgeëiste persoon is niet aanwezig geweest bij de zittingen, maar heeft niet geprobeerd zich hieraan te onttrekken. Het is derhalve niet duidelijk of de opgeëiste persoon van zijn verdedigingsrechten gebruik heeft kunnen maken, of dat het aan hem te wijten was dat hij wellicht niet van zijn verdedigingsrechten gebruik heeft kunnen maken.
Regional Court in Szczecin. Uit aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten van 16 januari 2022 (waarin, zoals later vastgesteld, per abuis wordt gesproken over vonnis IV K 551/16) en 10 februari 2022 blijkt dat het vonnis in eerste aanleg dateert van 12 september 2012 en dat dit vonnis in eerste aanleg in hoger beroep op 25 januari 2013 is bevestigd.
Tupikas, ECLI:EU:C:2017:628). Op de specifieke vraag of in hoger beroep bij
the Regional Court in Szczecmet kenmerk V Ka 1587/12
the merits of the casezijn behandeld, heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 10 februari 2022 geantwoord dat de opgeëiste persoon een gemachtigd advocaat had die namens hem op de zitting waarop
the merits of the casezijn behandeld aanwezig was. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de zaak in hoger beroep ten gronde is behandeld. Hieruit volgt dat alleen de procedure in hoger beroep van 25 januari 2013 dient te worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro.
the Regional Court in Szczecin(de opgeëiste persoon “
was not present at the hearing at which the merits of the case have been discussed”), maar dat de opgeëiste persoon
“was represented by a barrister during the main trial, he in person had given a mandate to him”.
4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Szczecin(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.