ECLI:NL:RBAMS:2021:844
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kredietovereenkomst wegens schending precontractuele informatieplicht en onvoldoende kredietwaardigheidstoets
De zaak betreft een consument die een kredietovereenkomst sloot met een bank, waarbij de rechtbank oordeelt dat de bank haar precontractuele informatieplicht heeft geschonden door niet tijdig en volledig te informeren en de kredietwaardigheid onvoldoende te toetsen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
De bank stelde dat er pas een definitieve overeenkomst tot stand kwam na krediettoetsing en uitbetaling, maar de rechtbank volgt dit niet. Volgens artikel 8 van Pro de overeenkomst was de overeenkomst wel bindend voor de consument bij ondertekening. De bank had de consument duidelijk moeten informeren over de status van de overeenkomst om het vermeende oneerlijke karakter van het beding te voorkomen.
De kredietwaardigheidstoets vond pas na het sluiten van de overeenkomst plaats, wat in strijd is met de wettelijke verplichtingen en de doelstellingen van de richtlijn consumentenkrediet. De rechtbank vernietigt daarom de kredietovereenkomst als passende sanctie en wijst het verzoek van de bank af om kosten en rente bij de consument in rekening te brengen.
De consument heeft in totaal €380,43 betaald, zodat na verrekening een bedrag van circa €9.620 aan de consument wordt toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt vernietigd en de consument ontvangt circa €9.620, kosten worden gecompenseerd.