ECLI:NL:RBAMS:2021:8128

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 december 2021
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
9156003 CV EXPL 21-5824
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 6:230v lid 6 BWArt. 3:39 BWArt. 7:7 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing schriftelijkheidsvereiste bij telefonische overeenkomst consument en handelaar

Eiseres heeft een vordering ingediend tegen gedaagde wegens een telefonisch gesloten overeenkomst met Energiedirect B.V., waarvan de vordering is gecedeerd. Gedaagde, een consument, is niet verschenen en er is verstek verleend. De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of de overeenkomst voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW, dat vereist dat een overeenkomst op afstand telefonisch gesloten schriftelijk wordt bevestigd.

Eiseres stelt dat gedaagde het initiatief tot het telefonische contact heeft genomen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter wijst erop dat eiseres haar stelling moet onderbouwen met concrete stukken, zoals een uitdraai van een informatiesysteem waaruit het inkomende telefoongesprek blijkt. Zonder deze onderbouwing kan niet worden vastgesteld dat aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan.

De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 24 januari 2022, waarbij eiseres de gelegenheid krijgt om nadere toelichting en bewijsstukken te overleggen. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld hierop te reageren of uitstel te vragen. Indien de overeenkomst nietig blijkt wegens het ontbreken van schriftelijke bevestiging, kunnen de subsidiaire vorderingen wegens onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking niet slagen.

De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat eiseres de stukken tijdig aan gedaagde moet toezenden met de juiste mededeling. Het vonnis is gewezen door kantonrechter L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2021.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere toelichting en bewijslevering door eiseres over het telefonische contact.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9156003 CV EXPL 21-5824
vonnis van: 27 december 2021
fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de vennootschap naar buitenlands recht Hoist Finance AB

gevestigd te Stockholm, Zweden
eiseres
gemachtigde: Agin Timmermans
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen

Verloop van de procedure

Bij dagvaarding van 7 april 2021 heeft eiseres gevorderd een bedrag van € 303,44 met nevenvorderingen, zoals nader in die dagvaarding omschreven.
Gedaagde heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord. Tegen gedaagde is verstek verleend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

Eiseres stelt dat gedaagde met Energiedirect B.V. (hierna: Energiedirect), van wie eiseres de vordering gecedeerd heeft gekregen, telefonisch een overeenkomst heeft gesloten, op grond waarvan gedaagde betaling is verschuldigd.
Gedaagde is een consument. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen de handelaar en de consument gesloten overeenkomst staan niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen). De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of de handelaar de op haar rustende informatieplichten heeft nageleefd.
Eiseres stelt dat de overeenkomst telefonisch tot stand is gekomen, op initiatief van gedaagde. Daarmee gaat het om een overeenkomst op afstand, zodat Energiedirect ten tijde van het sluiten van de overeenkomst met gedaagde moet hebben voldaan aan de verplichtingen voortvloeiend uit Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW), meer in het bijzonder de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW en de aanvullende verplichtingen van artikel 6:230v BW.
In artikel 6:230v lid 6 BW is bepaald dat de handelaar, bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand, bepaalde mededelingen moet doen en voorts dat een overeenkomst tot het geregeld leveren van elektriciteit, water of stadsverwarming, die het gevolg is van dit telefoongesprek, schriftelijk wordt aangegaan. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat aan dit vereiste is voldaan, wanneer de handelaar een aanbod tot het aangaan van een overeenkomst in schriftelijke vorm opstelt en aan de consument toestuurt. De aanvaarding van een consument zal (doorgaans) blijken uit de ondertekening van de overeenkomst. De handelaar kan de overeenkomst ook per e-mail naar de consument sturen, waaraan de consument dan schriftelijk (of eventueel per e-mail) zijn instemming moeten geven.
Als de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan is deze op grond van artikel 3:39 BW Pro nietig. De overeenkomst waarin een tussen partijen bestaande overeenkomst wordt verlengd of vernieuwd is uitgezonderd van het schriftelijkheidsvereiste. Ook wanneer de consument op eigen initiatief de handelaar telefonisch benadert, hoeft de overeenkomst niet schriftelijk te worden gesloten en kan deze telefonisch worden gesloten (MvT,
Kamerstukken II2012/13, 33520, 3, p. 52 e.v.).
Het is aan de kantonrechter om ambtshalve te controleren of, in dit geval, aan het constitutieve vereiste van artikel 6:230v lid 6 BW is voldaan. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat gedaagde het initiatief heeft genomen om telefonisch een overeenkomst aan te gaan, maar heeft dit verder niet toegelicht of onderbouwd. Gelet op de eerdergenoemde consumentenbescherming ligt het op de weg van eiseres om haar stelling te staven met (bijvoorbeeld) een uitdraai van een informatiesysteem waaruit het inkomende telefoongesprek van gedaagde volgt. De algemene toelichting in de dagvaarding dat eiseres van Energiedirect heeft begrepen dat laatstgenoemde haar producten altijd via een verkoopscript verkocht en daarbij altijd de informatie als bedoeld in artikel 6:230m BW wordt verstrekt, volstaat niet. Nog daargelaten dat het verkoopscript niet is overgelegd, verhoudt deze stelling zich moeilijk met de stelling dat gedaagde het initiatief heeft genomen om te bellen met Energiedirect om een overeenkomst af te sluiten.
Eiseres krijgt de gelegenheid zich nader uit te laten en stukken in het geding te brengen ter toelichting van haar stelling dat gedaagde Energiedirect telefonisch heeft benaderd voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Het is aan eiseres om (onder meer) uiteen te zetten wanneer gedaagde heeft gebeld, met wie gedaagde toen heeft gesproken, wat er precies is besproken en, indien bekend, het telefoonnummer te noemen waarmee gedaagde destijds belde. De zaak wordt hiervoor naar de rol verwezen.
Eiseres dient de toelichting en eventuele stukken ter onderbouwing tenminste twee weken voor de hierna te bepalen rolzitting aan gedaagde te sturen, met de mededeling dat gedaagde op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde uiterlijk moet reageren. Eiseres wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Indien de overeenkomst nietig blijkt, bijvoorbeeld doordat de hiervoor verlangde nadere toelichting niet wordt gegeven en/of van instemming door gedaagde niet is gebleken terwijl dat mogelijk wel is vereist, dan wordt reeds nu overwogen dat de subsidiaire grondslagen voor de vordering (onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking) eiseres niet kunnen baten. Ingeval van nietigheid heeft Energiedirect ongevraagd energie geleverd. In dat geval bestaat op grond van artikel 7:7 lid 2 BW Pro geen betalingsverplichting voor een natuurlijke persoon, niet handelend in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van
maandag 24 januari 2022 te 10.00 uurvoor uitlating en overleggen stukken aan de zijde van eiseres;
bepaalt dat eiseres de akte tenminste twee weken voor deze rolzitting aan gedaagde moet sturen, zoals in rechtsoverweging 8 is bepaald;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.