ECLI:NL:RBAMS:2021:8106
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs illegale fosfaatruimte
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte en het bedrijf waarvoor zij optreedt. Het betrof het gebruik van grote hoeveelheden dierlijke mest die illegaal op land zouden zijn toegepast, waardoor fosfaatruimte werd gecreëerd die als illegaal voordeel werd gezien.
Tijdens de terechtzittingen in september, oktober en december 2021 is het bewijs en de berekening van het vermeende voordeel besproken. De officier van justitie stelde dat het voordeel bestond uit bespaarde kosten van €20 per ton mest, wat resulteerde in een bedrag van €78.700 voor verdachte.
De rechtbank oordeelde echter dat niet is komen vast te staan dat verdachte de fosfaatruimte illegaal heeft benut of dat de mestafvoer niet in de boekhouding kon worden verantwoord. Hierdoor ontbrak de grondslag voor de ontnemingsvordering en wees de rechtbank deze af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 6 december 2021.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende bewijs van illegaal benutten van fosfaatruimte.