ECLI:NL:RBAMS:2021:8101
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door rechtspersoon bij overtreding milieuregels
De rechtbank Amsterdam behandelde de ontnemingsvordering tegen een commanditaire vennootschap (CV) die veroordeeld was voor overtredingen van milieuregels. De officier van justitie vorderde een bedrag van €78.000 als wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een anonieme melding en een berekening van 104 vrachten digestaat tegen €25 per ton.
De verdediging stelde dat de vergoeding per vracht €350 bedroeg, wat resulteerde in een maximaal voordeel van €36.400, waartegenover kosten voor het uitrijden van digestaat stonden. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de vennoot, die €350 per vracht bevestigde, zwaarder woog dan de anonieme melding en dat de kosten voor het uitrijden niet concreet waren onderbouwd, waardoor deze niet in mindering werden gebracht.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €36.400. Gezien de forse overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat de CV was opgeheven, matigde de rechtbank de betalingsverplichting tot 50%, oftewel €18.200, die aan de Staat moet worden betaald. De vennoot had zich meewerkend opgesteld en verantwoordelijkheid genomen, wat ook meewoog in de beslissing.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €36.400 en legt een betalingsverplichting op van €18.200 aan de Staat.