ECLI:NL:RBAMS:2021:8100
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak in hoofdzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de V.O.F. De vordering betrof een bedrag van maximaal €4.500,-, gebaseerd op de stelling dat de V.O.F. 180 ton digestaat of een andere stof als meststof had ontvangen en daarvoor €25 per ton had ontvangen.
Tijdens de procedure ontkende de V.O.F. de ontvangst van digestaat en voerde zij aan dat het bedrag per ton niet realistisch was, met een kostenpost van €3 per ton. De officier van justitie handhaafde haar vordering zonder wijziging.
De rechtbank oordeelde in de hoofdzaak dat niet bewezen was dat de V.O.F. digestaat of een andere stof als meststof had ontvangen. Hierdoor verviel de grondslag voor de ontnemingsvordering en wees de rechtbank de vordering af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 6 december 2021.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs.