Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 november 2021.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, die sinds 2014 arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een loonaanvullingsuitkering toegekend. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) werd de eerste ziektedag een jaar naar voren verschoven, waardoor het refertejaar voor het dagloon ook werd aangepast. Dit leidde tot een lagere vaststelling van het dagloon en daarmee een lagere IVA-uitkering.
Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat het dagloon niet in zijn nadeel mocht worden verlaagd en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld. De rechtbank stelde vast dat de wijziging van het refertejaar en daarmee het lagere dagloon correct was vastgesteld volgens het Dagloonbesluit en vaste jurisprudentie van de CRvB.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van eiser ongegrond is omdat de toekenning van de IVA-uitkering en de hoogte ervan in het geheel geen verslechtering van zijn rechtspositie oplevert. Eiser ontvangt sinds november 2020 een uitkering van 75% van zijn laatstverdiende loon, wat niet lager is dan zijn eerdere uitkering. Er is geen schending van het verbod op reformatio in peius.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de CRvB.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het dagloon is correct vastgesteld.