Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
- haar meerdere malen de woorden toe te voegen: “Jij bent een kankerhoer” en
- “Ik ga je moeder neuken” en
- te spugen in de richting van die [naam verbalisant 1] .
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
.Verdachte dient daarvoor dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
8.Maatregel van terbeschikkingstelling
Betrokkene werd geschorst bij de woonvorm en is naar Amsterdam gegaan. Hij heeft naar eigen zeggen twee biertjes van 10% gedronken. Hij maakte op de kapster een verwarde en dronken indruk. Hij vroeg haar om scheermesjes, waarschijnlijk ten behoeve van automutilatie. Door de behandeling door de aangever voelde hij zich gekrenkt, pakte een mes en liep terug naar de aangever om deze bang te maken, zo verklaart hij consequent.
Er is sprake van zeer beperkte draagkracht, die reeds langere tijd was overschreden door een optelsom van factoren: een chronisch psychotisch beeld (o.a. gestoorde realiteitstoetsing), een gestoorde impulscontrole onder invloed van een stoornis in alcoholgebruik en een gebrekkige intrinsieke frustratietolerantie en coping-vaardigheden. Hij wordt in sterke mate gestuurd door zowel de psychotische stoornis schizofrenie als de verslavingsproblematiek die met elkaar verweven zijn geraakt. Hij was ten tijde van het tenlastegelegde vrijwel niet meer in staat om tot andere gedragskeuzes te komen. Door de autoritaire bejegening van de aangever in bijzijn van anderen is hij niet meer in staat geweest zijn impulsen te beheersen. Met betrekking tot het toerekenen kan worden aangegeven dat zijn controle flinterdun is geweest en eerder neigt naar het niet toerekenen dan naar verminderd toerekenen.
Er is sprake van zeer weinig bescherming bij een ingeschat hoog risico op recidive. Betrokkene accepteert medicatie en zegt in te stemmen met opname/behandeling. Hij is beïnvloedbaar zodat de omgeving waarin hij verkeert van belang is voor een stabiel functioneren. Er is sprake van ernstige psychosociale problematiek zoals geen huisvesting, geen of zeer beperkt netwerk, geen gezonde financiën en geen passende dagbesteding. Bij toename van de psychosociale problemen zal betrokkene meer overvraagd worden en kan zijn draagkracht al snel overschreden worden waardoor hij terugvalt in middelengebruik.
Een klinische behandeling in een forensische kliniek met aandacht voor optimaliseren van de medicamenteuze behandeling, behandeling van de verslaving, versterken van
Een zorgmachtiging wordt als niet toereikend beschouwd. Gezien de chronische problematiek en het hoge risico op recidive wordt derhalve een terbeschikkingstelling met dwangverpleging geadviseerd. Ondanks het feit dat betrokkene openstaat voor medicatiegebruik en psychiatrische behandeling, wordt een terbeschikkingstelling met voorwaarden als niet toereikend ingeschat vanuit onvermogen, en niet vanuit onwil, zich aan voorwaarden te kunnen houden. Wellicht kan eveneens gedacht worden aan het opleggen van een
Tijdens het tenlastegelegde was hier ook sprake van, het beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen.
Betrokkene geeft verschillende verklaringen over zijn psychisch toestandsbeeld ten tijde van het tenlastegelegde. Tegenover onderzoeker zegt hij dat op het moment van het tenlastegelegde er mensen zijn die controle over hem hebben en zijn gedachten kunnen bepalen en ze kunnen horen wat hij denkt. Hij zegt dat hij psychotisch was ten tijde van het tenlastegelegde. Over zijn tripje naar Amsterdam zegt hij dat het niet zijn eigen gedachte was en hij werd achtervolgd. Hij wist niet door wie. Wanneer hij psychotisch is heeft hij veel vragen. Hij snapt het dan niet. Hij zegt dat hij ook stemmen hoorde die zeiden ga naar die hoertjes. Toen hij opgepakt was hoorde hij ook stemmen die zeiden dat hij teruggestuurd zou worden naar zijn land, je bent een slechte jongen. Hij had twee dagen ervoor medicatie (rivotril, rustgever) gebruikt om niet bang te zijn voor mensen. Hij voelde zich hierdoor suf. Op een ander moment geeft hij aan dat hij niet echt psychotisch was, maar hij voelde zich door medicatie leeg. Hij pakte het mes omdat hij bang was en aangever bang wilde maken, omdat aangever sterk was.
Betrokkene geeft aan dat hij zich voorafgaand aan het tenlastegelegde al ongeveer tien dagen niet goed voelde. Hij hoorde stemmen. Hij zegt dat hij eigenlijk opgenomen had moeten worden, maar in de plaats daarvan kreeg hij rustgevende medicatie. Betrokkene vindt dat de begeleiding hem onvoldoende aandacht gaf. Hij had last van psychoses en hij dacht dat alles van hem was, “de wereld is van mij”.
De posttraumatische stress stoornis brengt nog met zich mee dat hij extra alert is en zich snel bedreigd voelt.
Het geheel overziend acht onderzoeker het waarschijnlijk dat betrokkene tijdens het tenlastegelegde psychotisch was. De realiteitstoetsing schoot dus te kort. Hij was achterdochtig en er was mogelijk sprake van akoestische hallucinaties. Voornoemde brengt mede met zich mee dat er sprake was van oordeels- en kritiekstoornissen, als gevolg waarvan hij zaken niet goed inschatte en vanuit angst handelde.
Onderzoeker acht dat er sprake is van een zeer sterk verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde – indien bewezen – betrokkene in het geheel niet toe te rekenen.
Het geheel overziend valt betrokkene statistisch gezien binnen de groep met een hoge kans op herhaling van gewelddadig gedrag. Er zijn geen duidelijk beschermende factoren geconstateerd. Een meer op de persoon van betrokkene toegespitste inschatting op basis van de geconstateerde psychische problematiek leidt tot de conclusie dat de kans op herhaling als hoog dient te worden ingeschat. Met name in situaties dat betrokkene psychotisch is en zich bedreigd voelt kan hij agressief reageren.
Ten aanzien van de geconstateerde psychische problematiek is behandeling vanuit forensisch oogpunt geïndiceerd. Deze behandeling dient gericht te zijn op de schizofrenie, posttraumatische stress stoornis en middelenproblematiek. Betrokkene heeft al veel behandeling aangeboden gekregen, maar tot op heden met onvoldoende resultaat. Het
Indien gedacht wordt aan een gemaximeerde TBS-maatregel dan zou een maatregel GVM zinvol kunnen zijn om betrokkene na zijn periode in TBS-behandeling nog aanvullende behandeling aan te kunnen bieden indien dit nodig zal blijken te zijn.