ECLI:NL:RBAMS:2021:7764

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 december 2021
Publicatiedatum
5 januari 2022
Zaaknummer
13/751823-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet ontvankelijk wegens overlijden opgeëiste persoon in Europees aanhoudingsbevelprocedure

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro, ingediend door de officier van justitie, gericht op het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. De zaak betrof een persoon geboren in 1965 met de Poolse nationaliteit.

De procedure kende meerdere zittingen: op 18 juni 2019 werd de zaak geschorst in afwachting van antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Op 2 september 2021 werd de behandeling hervat, maar de opgeëiste persoon verscheen niet vanwege ernstige ziekte, waarna de zaak opnieuw werd geschorst. Op 8 december 2021 verscheen de persoon wederom niet, waarop de officier van justitie verzocht niet-ontvankelijk te worden verklaard wegens het overlijden van de opgeëiste persoon op 5 november 2021.

De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en volgde het verzoek van de officier van justitie. De vordering werd niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de procedure werd beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de opgeëiste persoon.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751823-18
RK nummer: 19/1814
Datum uitspraak: 8 december 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 september 2017 door de
Regional Court in Elbląg II Criminal Department(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1965,
laatste verblijfadres: [adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 18 juni 2019
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 juni 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie af te wachten in de zaak ‘Poplawski’ (II). De rechtbank heeft de beslistermijn daarom voor onbepaalde tijd verlengd.
Zitting 2 september 2021
De rechtbank heeft de behandeling van de vordering hervat op de openbare zitting van 2 september 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman en van de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon is vanwege ernstige ziekte niet verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst in verband met de gezondheidssituatie van de opgeëiste persoon.
Zitting 8 december 2021
De rechtbank heeft de behandeling van de vordering opnieuw hervat op de openbare zitting van 8 december 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, zijn niet verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Nu de opgeëiste persoon blijkens een akte van overlijden op 5 november 2021 is overleden, heeft de officier van justitie gevorderd niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
De rechtbank verenigt zich met dit standpunt en zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie
NIET-ONTVANKELIJKin de vordering van 27 februari 2019 tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en J.P.W. Helmonds, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.