Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek op de zitting
2.Beschuldiging
3.Beoordeling van de zaak
4.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van voorbereiding van productie van harddrugs door het voorhanden hebben van 624 liter chemische stoffen op 14 september 2021.
Tijdens de terechtzitting op 17 december 2021 hebben zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging gesteld dat onvoldoende bewijs bestaat dat verdachte opzet had omtrent het gebruik van de chemische stoffen voor harddrugsproductie. Verdachte verklaarde dat zij niet wist wat de stoffen waren en dat deze al jaren in de tuin stonden toen zij bij medeverdachte introk.
De rechtbank achtte de verklaring van verdachte geloofwaardig en vond geen aanwijzingen die het tegendeel bewezen. Er kon niet worden vastgesteld dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de stoffen bestemd waren voor harddrugs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet omtrent chemische stoffen voor harddrugsproductie.