ECLI:NL:RBAMS:2021:7662
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in vereniging
Op 7 december 2018 vond een confrontatie plaats in Amsterdam waarbij verdachte en medeverdachten werden beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een benadeelde partij. De benadeelde partij en een getuige deden aangifte en verklaarden dat verdachte en zijn familieleden betrokken waren bij het geweld. Verdachte ontkende dit en stelde zelf slachtoffer te zijn van mishandeling door de benadeelde partij.
De rechtbank nam kennis van de aangiften, getuigenverklaring en medisch bewijs, maar constateerde tegenstrijdigheden in de verklaringen en twijfels over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring. De getuige had het incident telefonisch verklaard meer dan een maand na het voorval en gaf geen specifieke details over de betrokken personen of locatie. Daarnaast was onduidelijk of het letsel van de benadeelde partij daadwerkelijk door het incident was veroorzaakt.
Gezien deze onzekerheden en het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor openlijke geweldpleging in vereniging.