Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Procesgang
3.Inhoud van vordering
4.Beoordeling
5.Beslissing
180 dagen, te rekenen vanaf de oorspronkelijke datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 februari 2021 uitspraak gedaan over de vordering van het Openbaar Ministerie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 10 jaar en 243 dagen uitzit voor diverse ernstige zedendelicten en andere strafbare feiten.
Het Openbaar Ministerie vorderde een uitstel van de v.i. met 540 dagen omdat de veroordeelde niet meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en geen contact wil met de reclassering, waardoor het recidiverisico onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen van voorwaarden. De verdediging stelde zich op het standpunt dat veroordeelde zijn zwijgrecht uitoefent en dat het risico op recidive laag tot gemiddeld is, mede op basis van de OXREC-risicotaxatie.
De rechtbank oordeelde dat het recidiverisico hoog is, mede gelet op de ernst en omvang van de bewezen feiten en het gebrek aan medewerking aan onderzoeken en begeleiding. De rechtbank stelde vast dat veroordeelde niet openstaat voor contact met de reclassering en dat daardoor het risico op recidive niet kan worden beperkt door voorwaarden. De voorgestelde voorwaarde van internetcontrole achtte de rechtbank onvoldoende.
De rechtbank wijst het primair gevorderde uitstel van 540 dagen af als te lang, maar wijst het subsidiair gevorderde uitstel van 180 dagen toe. Dit biedt veroordeelde de gelegenheid om zijn houding te heroverwegen en mogelijk alsnog mee te werken aan voorwaarden die het recidiverisico kunnen beperken.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt uitgesteld met 180 dagen wegens een hoog recidiverisico en weigering medewerking.