Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
De officier van justitie vindt niet bewezen dat verdachte geschriften valselijk heeft opgemaakt of valse geschriften heeft gebruikt. De officier van justitie vindt eveneens niet bewezen dat het geschrift onder 3 vals is.
[naam B.V. 2]
Op de betaalrekening van de eenmanszaak van verdachte komt een heel groot geldbedrag binnen en in de weken daarna wordt het geld grotendeels contant opgenomen. Om naar [naam bank] toe de schijn op te houden dat sprake is van legale transacties wordt gebruik gemaakt van een hierna te noemen vals geschrift.
4.Bewezenverklaring
5.Bewijs
6.Motivering van de straffen en maatregelen
7.Ten aanzien van de benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
medeplegen van witwassen;
medeplegen van valsheid in geschrift
[verdachte], daarvoor strafbaar.
5 (vijf) maanden.