Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Klager werd op 23 mei 2020 aangehouden en er werd een bedrag van €25.024,50 in beslag genomen in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen. Op 17 juni 2020 werd klager vrijgesproken van witwassen, maar er werd geen beslissing genomen over het in beslag genomen geld. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv om teruggave van het geld te vorderen.
De rechtbank stelde vast dat klager tijdens een verhoor op 23 mei 2020 schriftelijk afstand had gedaan van het geldbedrag, hetgeen werd bevestigd door de aanwezigheid van zijn advocaat. Klager betwistte deze afstand, maar kon dit niet onderbouwen met een aparte ondertekende afstandsverklaring. De rechtbank oordeelde dat de afstandsverklaring rechtsgeldig was en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde.
Verder werd vastgesteld dat klager ontvankelijk was in zijn klaagschrift, dat tijdig was ingediend. De rechtbank verwierp het verweer dat klager niet op de hoogte was gesteld van de intrekking van het hoger beroep en het onherroepelijk worden van de vrijspraak. De rechtbank concludeerde dat het klaagschrift ongegrond is en dat het geldbedrag niet aan klager wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op het geldbedrag blijft gehandhaafd.