Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de stichting Stichting Pensioenintegratie Claim
de stichting Stichting Pensioenfonds Vliegend Personeel KLM
Het procesverloop
- de dagvaarding van 9 oktober 2020 met producties;
- de conclusie van antwoord van 19 februari 2021 met producties;
- het tussenvonnis van 5 maart 2021 waarin is beslist dat schriftelijk verder wordt geprocedeerd;
- de conclusie van repliek van 30 april 2021 met producties;
- het schriftelijk verzoek van SPC van 1 juli 2021 om een mondelinge behandeling te bepalen, waartegen Pensioenfonds KLM zich niet heeft verzet;
- het vonnis van 9 juli 2021 waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- de mondelinge behandeling op 12 oktober 2021 waar partijen hun standpunten hebben toegelicht, SPC aan de hand van spreeknotities, en vragen hebben beantwoord.
De feiten
“Oudedagspensioen”van het Pensioenreglement 1968 is voor zover van belang het volgende bepaald:
Alle oudedagspensioenen worden afgeleid van een oudedagspensioen, dat ingaat op de pensioendatum en wordt berekend volgens dit hoofdstuk.
Voor ieder kalenderjaar van lidmaatschap vanaf 1 januari 1968 verkrijgt het lid aanspraak op:
een jaarlijkse oudedagspensioen ingaand op de pensioendatum en eindigend uiterlijk op de AOW-pensioendatum ter grootte van de som van 2% van de jaarpensioengrondslag en 2% van het jaarbasisbedrag, beide geldend in het betreffende kalenderjaar van het lidmaatschap (ΔOPa)
een jaarlijkse oudedagspensioen ingaand op de AOW-pensioendatum ter grootte van het onder a bedoelde jaarlijkse opbouwbedrag verminderd met een bedrag gelijk aan 2 2/3% van het jaar-AOW-pensioen, dat geldt in het betreffende kalenderjaar van lidmaatschap (ΔOPb).
Is de ingangsdatum bedoeld in artikel B1 een andere dan de pensioendatum, dan wordt het bedrag van dit pensioen bepaald door de reserve voor de opgebouwde pensioensaanspraken volgens de bij het Fonds in gebruik zijnde actuariële methoden en grondslagen aan te wenden voor een direct ingaand oudendagspensioen met bijbehorend weduwe- en wezenpensioen: Het totaalbedrag van de onder lid 2 b bedoelde verminderingen wordt daarbij ongewijzigd gehandhaafd.
“Aanpassing van pensioen”van het Pensioenreglement 1968 is het volgende bepaald:
De pensioenaanspraken berekend volgens dit reglement worden jaarlijks aangepast op de wijze zoals in dit hoofdstuk is omschreven. Hierbij wordt als maatstaf genomen het indexcijfer van regelingslonen waaronder in dit verband wordt verstaan het indexcijfer van regelingslonen (incl. vakantietoeslag) van volwassen werknemers, zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd voor de sector “Particulier Bedrijf” onder de rubriek “Alle werknemerscategorieën, lonen per week en per maand”.
De ontwikkeling van het indexcijfer over een periode van 12 maanden eindigend op 31 juli van enig jaar zal de maatstaf zijn voor de aanpassing van de op 31 december van dat jaar bestaande pensioenaanspraken. De aanpassing zal ingaan op 1 januari van het daaropvolgende jaar.”
“Toelichting opgave van pensioenrechten”met rekenvoorbeelden.
Het geschil
De beoordeling
verminderd met eenbedrag gelijk aan 2 2/3% van het jaar-AOW-pensioen, dat geldt in het betreffende kalenderjaar van lidmaatschap. In artikel E1 onder 1 is bepaald dat
de pensioenaanspraken berekend volgens dit reglement jaarlijksworden aangepast op de wijze zoals in dit hoofdstuk is omschreven. Volgens artikel E1 onder 2 zal de aanpassing ingaan op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
opbouw. Na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd ontvangen de deelnemers de volledige AOW-uitkering, zo volgt uit het Pensioenreglement 1968.