De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van diefstal met geweld en openlijke geweldpleging op 24 september 2019 in Amsterdam. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de diefstal wegens onvoldoende bewijs, maar wilde vrijspraak voor openlijke geweldpleging niet. De verdediging stelde dat verdachte geen betrokkenheid had bij de diefstal en dat hij juist probeerde aangever te helpen bij het geweld.
De rechtbank stelde vast dat verdachte niet betrokken was bij de diefstal en sprak hem daarvan vrij. Ten aanzien van de openlijke geweldpleging oordeelde de rechtbank dat verdachte weliswaar aangever uit de auto trok, maar dat dit niet met opzet was om geweld te faciliteren. De camerabeelden en verklaringen toonden dat verdachte probeerde schade aan zijn gehuurde auto te voorkomen en zich wilde onttrekken aan de situatie. Er was geen bewijs van afspraken of opzet om geweld te plegen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte ook vrij van openlijke geweldpleging. De inbeslaggenomen telefoon werd aan verdachte teruggegeven. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. Beide partijen dragen hun eigen kosten. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 26 mei 2021.