Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Beoordeling of verdachte het tenlastegelegde heeft begaan
4.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een zedenzaak waarin verdachte werd beschuldigd van seksueel binnendringen bij het slachtoffer terwijl zij bewusteloos, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring op basis van de verklaring van het slachtoffer en WhatsApp-berichten waarin verdachte toegaf dat er meer was gebeurd dan alleen slapen.
De verdediging betwistte het onvrijwillige karakter van de handelingen en stelde dat de verklaringen van het slachtoffer twijfels opriepen. De rechtbank benadrukte dat volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige of aangever mag worden gebaseerd, maar dat andere bewijsmiddelen ondersteuning moeten bieden.
Na beoordeling van de verklaringen van het slachtoffer en verdachte, alsmede de WhatsApp-berichten, concludeerde de rechtbank dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig was om het ten laste gelegde bewezen te verklaren. De lezingen van partijen verschilden aanzienlijk, met name over het moment van binnendringen en de bewustzijnstoestand van het slachtoffer.
De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 27 oktober 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij seksueel binnendrong terwijl het slachtoffer bewusteloos was.