Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 oktober 2021 in de zaak tussen
Bewonersvereniging [verzoekster] , te Amsterdam, verzoekster
de gemeente Amsterdam,vergunninghouder
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het aanbrengen van een tijdelijke noodconstructie ter versterking van een kademuur aan een gracht, waarbij zeventien woonboten verplaatst moeten worden. De bewonersvereniging [verzoekster] maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat [verzoekster] belanghebbende is en dat het spoedeisend belang vaststaat vanwege de reeds gestarte werkzaamheden. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning, waarbij het college de noodzaak en de technische normen van de constructie had getoetst en onderbouwd.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het college de vergunning terecht had verleend, mede omdat de aanvraag voldeed aan het Bouwbesluit 2012 en het bestemmingsplan, en dat de Erfgoedwet niet tot een andere uitkomst leidt. De bezwaren van [verzoekster] over de proportionaliteit en de impact op het UNESCO Werelderfgoed en de leefomgeving konden niet leiden tot schorsing.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is de omgevingsvergunning voor de tijdelijke noodconstructie rechtmatig. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de tijdelijke noodconstructie is afgewezen.