Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Inleiding en beschuldiging
3.De waardering van het bewijs
‘dope’en
‘koken’. Alle drie de getapte telefoons zijn bij de aanhouding van verdachte onder hem aangetroffen. De rechtbank vindt daarom bewezen dat verdachte drugs heeft gedeald. Omdat er ook een pannetje is aangetroffen met resten cocaine en verpakkingsmaterialen vindt de rechtbank ook het verwerken van cocaïne bewezen. De rechtbank stelt vast dat dit in de periode vanaf maart 2020 tot en met 11 februari 2021 is geweest. In de telefoon die bij verdachte is aangetroffen staat een Sms-bericht aan “ [bijnaam] ’ gedateerd op 11 maart 2020. Ook op 16 maart 2020 is op de telefoon een bericht binnengekomen met de vraag:
“Ben je nog actief?”In dit verband weegt de rechtbank mee dat verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven over de telefoons die hij bij zich had, ook niet over de tenlastegelegde pleegperiode en ook niet over de omstandigheid dat hij [bijnaam] wordt genoemd. Dit terwijl de bewijsmiddelen een zodanige verdenking oproepen dat een verklaring van de zijde van verdachte mag worden verlangd. Voor het dealen in andere drugs dan cocaine bevat het dossier te weinig aanknopingspunten en wordt verdachte vrijgesproken. Ook is er te weinig bewijs voor het samen dealen met anderen. Daarom wordt verdachte vrijgesproken van medeplegen.
4.De bewezenverklaring
5.De straf
6.Het beslag
7.De toepasselijke wettelijke voorschriften
8.De beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
achttien (18) maanden.
vrijheidsbeperkende maatregeldat verdachte zich
één (1) jaar niet mag begeven in de Dapperbuurt te Amsterdam. De maatregel geldt voor het gebied van de Dapperbuurt in Amsterdam Oost tussen de Linnaeusstraat aan de westzijde, de Mauritskade, de Zeeburgerdijk aan de noordzijde, de Pontanusstraat aan de oostzijde en de Domselaerstraat aan de zuidzijde.
vervangende hechteniszal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De vervangende hechtenis bedraagt
drie (3) dagen voor iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van maximaal zes maanden.