De rechtbank Amsterdam heeft op 29 juli 2021 een beslissing genomen over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 dagen, opgelegd bij vonnis van 22 juli 2019. Veroordeelde was verplicht zich gedurende de proeftijd te laten opnemen in een forensisch psychiatrische kliniek of een soortgelijke instelling, maar hield zich niet aan deze bijzondere voorwaarde.
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van het niet-uitgevoerde deel van de straf omdat veroordeelde zich niet aan de behandelverplichting hield. Uit het advies van de reclassering bleek dat veroordeelde tijdens verlof op 13 februari 2021 niet terugkeerde naar de kliniek en ook telefonisch niet meer bereikbaar was. Veroordeelde gaf aan liever naar de gevangenis te gaan vanwege slechte ervaringen met de kliniek.
De rechter-commissaris had reeds op 9 juli 2021 voorlopige tenuitvoerlegging bevolen. Tijdens de zitting op 29 juli 2021 werd de vordering toegewezen en gelast dat de niet-uitgevoerde straf alsnog wordt uitgevoerd. De rechtbank nam kennis van alle stukken en hoorde partijen, waarna de beslissing werd uitgesproken.