Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2021:6464

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 juli 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
13-684325-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 366a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens niet-naleving behandelverplichting

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 juli 2021 een beslissing genomen over de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 dagen, opgelegd bij vonnis van 22 juli 2019. Veroordeelde was verplicht zich gedurende de proeftijd te laten opnemen in een forensisch psychiatrische kliniek of een soortgelijke instelling, maar hield zich niet aan deze bijzondere voorwaarde.

De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van het niet-uitgevoerde deel van de straf omdat veroordeelde zich niet aan de behandelverplichting hield. Uit het advies van de reclassering bleek dat veroordeelde tijdens verlof op 13 februari 2021 niet terugkeerde naar de kliniek en ook telefonisch niet meer bereikbaar was. Veroordeelde gaf aan liever naar de gevangenis te gaan vanwege slechte ervaringen met de kliniek.

De rechter-commissaris had reeds op 9 juli 2021 voorlopige tenuitvoerlegging bevolen. Tijdens de zitting op 29 juli 2021 werd de vordering toegewezen en gelast dat de niet-uitgevoerde straf alsnog wordt uitgevoerd. De rechtbank nam kennis van alle stukken en hoorde partijen, waarna de beslissing werd uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de niet-uitgevoerde voorwaardelijke gevangenisstraf van 15 dagen wegens niet-naleving van de behandelverplichting.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-684325-18

Uitspraakdatum: 29 juli 2021

BESLISSING NA VEROORDELING TOT VOORWAARDELIJKE STRAF

Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 9 juli 2021, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 22 juli 2019, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) in het jaar 1975,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Bij voormeld vonnis is [verdachte] voornoemd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek waarvan 15 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder de volgende voorwaarde: Veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd laten opnemen in een Forensisch Psychiatrische kliniek, althans een soortgelijke intramurale instelling, te bepalen door de reclassering. De opname start zodra er een passende kliniek gevonden is voor veroordeelde. De opname duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt er toe dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd, omdat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarde.

De procesgang

De rechter-commissaris in Amsterdam heeft op 9 juli 2021 de voorlopige tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel bevolen.
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • voormeld vonnis;
  • een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan de veroordeelde per post is toegezonden;
  • een rapport VTUL Advies aan opdrachtgever toezicht van [naam 2] van 26 februari 2021 van reclasseringswerker [naam 1] .
De rechtbank heeft op de zitting van 29 juli 2021 de officier van justitie M.E. Woudman en de raadsvrouw van veroordeelde mr. W.E.R. Geurts gehoord. De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat het voorwaardelijk strafdeel inmiddels al ten uitvoer is gelegd en dat de vordering kan worden toegewezen.

De beoordeling

Uit het vtul-advies van de reclassering wordt geconcludeerd dat veroordeelde onvoldoende heeft meegewerkt aan de voorwaarden. Veroordeelde onttrekt zich volgens dit rapport aan de behandelverplichting. Hij is tijdens verlof op 13 februari 2021 niet teruggekeerd naar de afdeling en was ook telefonisch niet meer bereikbaar.
De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd. Veroordeelde heeft bij de rechter-commissaris gezegd dat hij liever naar de gevangenis gaat dan naar de kliniek, omdat hij slechte ervaringen heeft met mensen van de kliniek.

Beslissing

De rechtbank gelast dat de niet ten uitvoer gelegde straf, te weten een gevangenisstraf van
vijftien (15) dagen,alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.
Deze beslissing is genomen door
mr. G.M. van Dijk, voorzitter,
mrs. J. Huber en W.M. van der Most, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juli 2021.
De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam brengt deze beslissing ter kennis van de veroordeelde en van [Reclasseringsinstelling] belast met het toezicht houden op de naleving van de voorwaarden.
Amsterdam,
de officier van justitie voornoemd,