ECLI:NL:RBAMS:2021:6402
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming erkenning en voorlopige omgangsregeling voor jong kind
De man vordert vervangende toestemming voor erkenning van zijn kind en een voorlopige omgangsregeling met het kind van één jaar oud. De vrouw heeft het gezag en het kind verblijft bij haar. De man heeft het kind niet erkend en heeft het kind al vijf maanden niet gezien.
De rechtbank oordeelt dat vervangende toestemming voor erkenning niet in kort geding kan worden gegeven; daarvoor is een bodemprocedure vereist. De voorlopige omgangsregeling kan wel in kort geding worden vastgesteld, maar de omstandigheden zijn ongeschikt. De vader heeft geen eigen woning, geen inkomsten en spreekt geen Nederlands, terwijl het kind en moeder Nederlands spreken. Het contact moet voorzichtig en onder deskundige begeleiding worden opgebouwd.
De rechtbank wijst daarom zowel de vervangende toestemming als de omgangsregeling af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming erkenning en voorlopige omgangsregeling wordt afgewezen.