ECLI:NL:RBAMS:2021:6363

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
8 november 2021
Zaaknummer
AWB 21/3143
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd wegens ontbreken geldige parkeervergunning

Op 17 april 2021 werd tijdens een controle vastgesteld dat een voertuig geparkeerd stond zonder dat er parkeergeld was betaald. De heffingsambtenaar legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiseres. Eiseres stelde dat er sprake was van een geldige parkeervergunning omdat het kenteken van een leenauto op zaterdag was gewijzigd via de gemeentelijke website, maar deze wijziging was op het moment van de controle nog niet verwerkt.

De rechtbank overwoog dat een parkeervergunning alleen geldig is voor het voertuig waarvan het kenteken geregistreerd staat. Omdat de kentekenwijziging pas op 19 april 2021 werd bevestigd, was er op 17 april nog geen geldige vergunning voor het geparkeerde voertuig. De rechtbank verwierp het verweer dat de intentie en tijd van de wijziging voldoende waren om de naheffingsaanslag te vernietigen.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter F.L. Bolkestein op 5 november 2021.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de parkeervergunning niet geldig was voor het geparkeerde voertuig.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/3143

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te Woerden, eiseres

( [gemachtigde eiseres] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder

( [de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam] ).

Procesverloop

Op 21 april 2021 heeft de heffingsambtenaar aan [eiseres] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Met een uitspraak op bezwaar van 13 mei 2021 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.
[eiseres] heeft hiertegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 oktober 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 17 april 2021 om 16.58 uur is tijdens een controle geconstateerd dat de auto van [eiseres] ter hoogte van [adres] te Amsterdam stond, terwijl geen parkeergeld was betaald. De heffingsambtenaar heeft daarom aan [eiseres] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
2. De gemachtigde van [eiseres] , [gemachtigde eiseres] , bestuurde de auto. Hij voert aan dat hij ten tijde van de controle beschikte over een parkeervergunning (bewonersvergunning) voor het gebied waar de auto geparkeerd stond. Volgens [gemachtigde eiseres] reed ten tijde van de controle in de betreffende auto, omdat zijn eigen auto voor reparatie bij de garage stond. Volgens [gemachtigde eiseres] heeft hij op zaterdag 17 april 2021 zijn kenteken gewijzigd via de website van gemeente. De verwerking van zijn wijziging was onduidelijk, aldus [gemachtigde eiseres] . Op maandag 19 april 2021 heeft [gemachtigde eiseres] telefonisch van een medewerker van de gemeente vernomen dat de omzetting van het kenteken was gelukt. De intentie, tijd en controle van de gewenste wijziging zijn volgens [gemachtigde eiseres] voldoende om de naheffingsaanslag te vernietigen.
3. De rechtbank overweegt als volgt. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. Eén van de voorwaarden is dat een parkeervergunning uitsluitend geldig is voor het parkeren van het voertuig waarvan het kenteken is geregistreerd. Aan deze voorwaarde is niet voldaan. De parkeervergunning stond ten tijde van de controle namelijk nog niet op het kenteken van de geparkeerde auto.
4. Dat [gemachtigde eiseres] de verwerking van zijn wijziging onduidelijk vond en ervan uitging dat de wijziging ten tijde van de controle al was doorgevoerd, volgt de rechtbank niet. [gemachtigde eiseres] heeft zijn verzoek ingediend via het formulier op de website. Op de website had hij kunnen lezen dat de wijziging van een kenteken van een leenauto uiterlijk de volgende werkdag wordt verwerkt en dat dan een bevestiging per e-mail wordt verstuurd. Op 19 april 2021 om 10.44 uur is een e-mail naar [gemachtigde eiseres] gestuurd met bevestiging van de kentekenwijziging. Dat aan [gemachtigde eiseres] op 19 april 2021 telefonisch is meegedeeld dat de kentekenwijziging is gelukt klopt dus, maar neemt niet weg dat [gemachtigde eiseres] op 17 april 2021 heeft geparkeerd zonder geldige parkeervergunning. Hij had daarom parkeerbelasting moeten betalen. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. van Soest, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.