Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzittingen
2.Vordering en de grondslag daarvan
in de periode van 1 maart 2018 tot en met 28 augustus 2018 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.’Veroordeelde heeft volgens de officier van justitie door middel van dit strafbare feit € 78.942,83 (: het wederrechtelijk verkregen voordeel) verdiend. De officier van justitie heeft in de memorie van het Openbaar Ministerie van 2 januari 2020 dit bedrag bijgesteld naar € 76.101,59. Op dit bedrag zijn de in beslag genomen geldbedragen bij veroordeelde in mindering gebracht. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 6 januari 2021 heeft de officier van justitie de vordering nogmaals bijgesteld, naar een bedrag van € 38.862,69. Dat bedrag zou veroordeelde aan de Staat moeten betalen.
3.Wederrechtelijk verkregen voordeel
WhatsApp-verkeerop de Samsungtelefoon met het nummer eindigend op *[telefoonnummer 1], 71 deals via de
gesprekkenop de Samsungtelefoon met het nummer eindigend op *[telefoonnummer 1] en 78 deals via de
gesprekkenop de telefoon met het nummer eindigend op *[telefoonnummer 2]).
4.Verplichting tot betaling
€ 12.605,30. Veroordeelde is verplicht voornoemd bedrag aan de Staat te betalen.
5.Toepasselijke wettelijke voorschriften
6.Beslissing
€ 15.446,54.
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 12.605,30(twaalfduizend zeshonderdvijf euro en dertig eurocent) aan de Staat.