Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
nazijn overlijden zijn lijk/lichaam heeft verborgen, weggevoerd of weggemaakt met
het oogmerk de oorzaak van zijn overlijdente verhelen. Zo blijft bijvoorbeeld alleen al onduidelijk of [baby] nog leefde toen hij in de tas werd gestopt of dat hij al was overleden. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van feit 3.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de maatregel
- Hiervoor is vastgesteld dat bij verdachte tijdens het begaan van het feit sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens.
- Verdachte wordt veroordeeld voor een feit waar naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer op staat.
- Verder is gebleken dat er een groot gevaar voor herhaling van soortgelijke feiten bestaat en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verpleging van verdachte eist.
- Tenslotte is verdachte onderzocht door twee gedragsdeskundigen, een psycholoog en een psychiater.
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat zij
van overheidswege wordt verpleegd.
benadeelde partij [benadeelde]toe tot een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 augustus 2020) tot aan de dag van voldoening.
ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 5.000,00 (vijfduizend euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (17 augustus 2020) tot aan de dag van voldoening.