Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser 7],
[eiser 8],
1.De procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Eisers, bestaande uit een autobedrijf en aanverwante vennootschappen en personen, zijn sinds 2001 klant bij ING. ING beëindigde de relatie vanwege verdenking van betrokkenheid bij grootschalige btw-fraude en integriteitsrisico's. Dit volgde op een strafrechtelijk onderzoek en een veroordeling van eisers voor deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrift en witwassen.
ING stelde dat zij op grond van de Wwft verplicht was de relatie te beëindigen omdat het risico van misbruik van haar diensten niet kon worden uitgesloten. Eisers vorderden in kort geding dat ING de relatie zou voortzetten en medewerking zou verlenen aan herfinanciering van hypotheken, wat werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bank een contractuele bevoegdheid heeft de relatie te beëindigen, mits dit niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Gezien de strafrechtelijke veroordelingen, het ontbreken van een overtuigende alternatieve verklaring en het integriteitsrisico was beëindiging gerechtvaardigd.
Verder werd overwogen dat het belang van eisers bij een bankrekening geen grondrecht is en dat zij elders nog rekeningen hebben. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: ING mag de bankrelatie met het autobedrijf beëindigen vanwege integriteitsrisico's en verdenking van btw-fraude.