ECLI:NL:RBAMS:2021:5343
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beslagvrije voet vastgesteld op 656,78 euro per maand na onvoldoende financiële openheid verzoeker
De rechtbank Amsterdam behandelde een geschil tussen verzoeker en de Staat der Nederlanden over de hoogte van de beslagvrije voet. Na een eerdere tussenbeschikking van 8 maart 2021 diende de Staat een reactie in, waarop verzoeker en de Staat wederom reageerden. De mondelinge behandeling vond plaats via skype op 10 en 17 augustus 2021.
De Staat stelde dat de beslagvrije voet vanaf 1 januari 2021 moest worden vastgesteld op €656,78 per maand vanwege een nieuw beslag en omdat verzoeker eerder een hogere voet uit coulance kreeg. Verzoeker gaf echter geen volledige openheid over zijn inkomsten en ontkende de door de Staat genoemde bedragen, waaronder een nettobedrag van €3.469,00 van de gemeente Terneuzen en €380,00 per maand van een levensverzekering.
De kantonrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs leverde van zijn financiële situatie en dat hij geen uitzonderlijke noodzakelijke kosten aannemelijk maakte die een hogere beslagvrije voet rechtvaardigen. Daarom werd de beslagvrije voet vastgesteld op €656,78 per maand vanaf 1 januari 2021. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De beslagvrije voet wordt vastgesteld op €656,78 per maand vanaf 1 januari 2021, zonder toepassing van de hardheidsclausule.